Site en franšaisView this website in English
 

Venusovergang

Wat is het wetenschappelijke belang?

De eerste 5 waarnemingen van de Venusovergang in 1639, 1761, 1769, 1874 en 1882 werden gebruikt om de afstand tussen de aarde en de zon te bepalen.

Grote namen in de sterrenkunde, zoals Cassini I (1625-1712), Abt Jean Picard (1620-1682), Jean Richer (1630-1696), Sir Edmond Halley (1656-1742) en later Joseph-Nicolas Delisle (1688-1768) verfijnden de trigonometrische methode, de zogenaamde parallax.

Parallax-metingen bij overgangen kenden echter een onzekerheid ten gevolge van een optisch effect, het "zwarte-druppel-effect".

Sinds de jaren 1960 zorgden afstandsmetingen met behulp van radar en ruimtesondes voor een betere kennis van de afstanden in ons zonnestelsel.

Daarop ontstond bij onze wetenschappers een ander idee: Waarom gebruiken we de overgang van Venus niet als referentie in de studie van exoplaneten?

Er zijn verschillende methodes om exoplaneten op te sporen. Eén ervan is de "overgang-methode", die bestaat uit het waarnemen van een mogelijke overgang. Wanneer de overgang plaatsvindt, verlaagt de schijnbare helderheid van de ster (vermits een fractie van het oppervlak tijdelijk verborgen is). Dit geeft informatie over de massa, de grootte en de baan van de planeet.

Scientific_issues
Credits: D. Ehrenreich - "Venus as a transiting exoplanet" - 3rd Europlanet strategic workshop
4th PHC/Sakura meeting, 5-7 March 2012, Paris.

 

Door het bestuderen van deze overgang zullen wetenschappers te weten komen of hun metingen zullen zorgen voor antwoorden op fundamentele vragen zoals:

  • Kunnen we een atmosfeer ontdekken van een exoplaneet met de omvang van de Aarde? (Venus en de Aarde hebben bijna dezelfde omvang.)
  • Is deze planeet bewoonbaar? (Ontdekken wij er de moleculen die noodzakelijk voor leven zijn?)
  • Welke moleculaire sporen kunnen onze instrumenten meten in deze atmosfeer?

 

Klik hier voor vragen

 

Link naar de website van het Federaal Wetenschapsbeleid
Link naar de Federale Portaalsite