Site en franšaisView this website in English
 

Atmosferische circulatie en winden (tweede deel)

Bovenop deze algemene atmosfeercirculatie, evenwijdig aan de evenaar van de planeet, zijn er ook nog andere componenten bij lagere snelheden ( een paar m s-1) aanwezig. Deze lijken kenmerken te hebben vergelijkbaar met Hadley-cellen, langs de meridianen, met een stijgende beweging nabij de evenaar als gevolg van opwarming door de zonnestraling.

De snel roterende laag is omgeven door twee gebieden met totaal verschillende thermische eigenschappen:

  • In de thermosfeer, boven 90 km, is de karakteristieke afkoeltijd door thermische conductie met overdracht van warmte naar de mesopauze (bovengrens van de mesosfeer) gevolgd door radiatieve dissipatie, kort vergeleken met de lengte van een Venusdag. Als gevolg van de dag-nachtsymmetrie, ontstaat er een circulatiesysteem van het sub-solair punt naar het anti-solair punt. De drukgradiënt bij de terminator (dag-nachtgrens) is zo hoog dat de stroming plaatsgrijpt met de snelheid van het geluid (800 km/u voor CO2). De dag-nacht circulatie op grote hoogte wordt gecompenseerd door een omgekeerde circulatie in de buurt van de mesopauze. Omdat de totale gasflux dezelfde moet zijn in iedere richting zijn de stroomsnelheden van nacht naar dag in de mesopauze veel lager dan de omgekeerde stroming op grote hoogtes, waar de dichtheid veel lager is.
  • Aan de andere kant, in de troposfeer, boven 50 km, is de karakteristieke afkoeltijd groot vergeleken met de lengte van een dag. Daardoor is energietransport door middel van straling zeer moeilijk, omwille van het broeikaseffect.
    We geloven dat er, net zoals op Aarde, twee Hadley-cellen gevormd worden, één aan iedere kant van de evenaar. Warme lucht stijgt in de tropen en wordt naar de polen gevoerd waar de lucht daalt om vervolgens terug naar de evenaar getransporteerd te worden. Op Aarde bereikt de Hadley-cel de polen niet. De Corioliskracht, gekoppeld aan de snelle rotatie van de planeet, zorgt voor een instabiliteit (barocline) bij de middelste breedtegraden die verantwoordelijk is voor het systeem van cyclonen en anticyclonen en die het transport langs de meridianen naar de middelste breedtegraden verzekert.

De dag-nacht thermosferische convectieve cel bij grote hoogte en de evenaar-pool troposferische convectieve cel bij lage hoogte zorgen voor de circulatie van warmte van warme naar koude gebieden. Daartussen bevindt zich een uitgestrekte atmosferische zone (van 30 tot 90 km hoogte), geconcentreerd rond de wolkenlaag, waar het thermische regime complex is, bepaald door stromingen bij de basis en de top. In deze laag vindt de superrotatie plaats.

Link naar de website van het Federaal Wetenschapsbeleid
Link naar de Federale Portaalsite